Ik wou dat ik de woorden kon vinden. Dat ik kon gaan, kijken, zoeken en vinden. Dat ik niet iedere zin zou herschrijven bij iedere keer lezen. Wikken en wegen over iedere zin, ieder woord, iedere letter. Dat de woorden zo vloeiend in beeld zouden komen als ze in mijn hoofd soms langsrazen als race-auto’s.
Ja, weer ADD… Weer onrust, weer storm, weer tranen en weer niemand om me te troosten. Weer niemand die het snapt of die me helpen kan. Weer niemand die luistert op de manier als hij dat deed. Zij snappen het niet en ik kan het niet uitleggen. En dat haat ik er zo aan. Je kan er helemaal niks mee. Je kan niet zeggen wat je denkt, doet of voelt. Ik weet het zelf niet eens. Ik weet niet hoe ik me voel of waar ik allemaal mee zit. Alles raast maar door en ik probeer er nog wat van te maken.
Arjan was hier met oud en nieuw. En dan is het onwijs gezellig en ik was zó blij en gelukkig. Want hij is van mij en hij is bij mij. Ik trots als een pauw in zijn armen omhoog staren naar de honderden euro’s die de lucht in vlogen. Prachtige euro’s, prachtig moment. Ik voelde me zo blij, zo thuis, zo rustig.
En dan gaat alles ineens weer mis. En het stomme is dat er niks mis is gegaan. Niet echt dan. Het gebruikelijke gezeik met Sabine, waardoor Arjan en ik uiteindelijk bij Sven op een luchtbed sliepen. Maar verder was het echt perfect. Ik wou dat hij er was en hij was er ook.
Maar door dat gezeik met Sabine en mensen die beginnen over Sophie en dan die middag rouwkaarten bezorgen. Het zijn kleine dingen, maar ze spoken door m’n hoofd. Mijn huis dat mijn huis niet meer lijkt te zijn. De pijn en het verdriet. Het komt als sneeuwvlokjes op me neer. Het dwarrelt lief, landt zacht, maar hoe meer er landt, hoe zwaarder het wordt om het als kleine vlokjes te blijven zien. Het lijkt soms meer een sneeuwstorm die woedt in mijn hoofd, sneller dan ik denken kan. En dan raak ik alles kwijt, raak ik in de war en ga ik stomme dingen doen. Zo heb ik vandaag alleen al 7 keer de koelkast open laten staan, m’n sleutels in de deur laten zitten, de oordopjes van m’n iPod thuis laten liggen, m’n werkurenlijst niet ingeleverd, duizenden schrijffouten gemaakt, mezelf onderuit gestotterd en bijna de cavia-kooi open laten staan. Het glas appelsap wat ik een paar dagen geleden al op wou ruimen was inmiddels beschimmeld en het testje wat ik wou doen met m’n versterker heb ik ook nog steeds niet gedaan. Ik heb de akkoordenschema’s van de band nog niet netjes overgeschreven, geen visitekaartjes besteld, de foto’s niet bewerkt, geen error-pagina’s gemaakt voor m’n site, Danny nog niet gebeld, nog niks gedaan aan de nieuwsbrief en m’n kerstspullen nog niet opgeruimd. De rest van m’n kamer is ook nog steeds een pokkezooi, ik heb nog geen recensies / verslagen gemaakt en ik moet de nieuwe Aardschok nog lezen. De pedalen van m’n bas zijn nog niet aangesloten, m’n platen, CD’s en DVD’s liggen nog op de grond en ik moet ook nog steeds een lijstje maken met dingen die ik moet bestellen de volgende keer als ik snaren bestel.
Het zijn allemaal kleine dingetjes, maar samen met andere dingen valt het allemaal nogal zwaar. En soms voelt het alsof ik het niet red allemaal. Ik weet dat het best gaat en dat het rustig is. Maar ik voel me druk en ik ben de hele dag bezig voor m’n gevoel, ook al zit ik me de helft van de tijd te vervelen. Ik heb geen zin in m’n werk, omdat ik er geen energie voor over heb. Fysiek wel, maar mentaal niet. Ik heb het nodig, maar ik mis de tijd waarin ik tot 3 uur op bed kon liggen zonder problemen.
M’n accu is leeg en m’n lader is zoek. Ik wou dat ik kon vinden.